13

THINK TANK STAATSHERVORMING Dienstencheques De door de 6de FICHE 4 Staatshervorming gewilde overdracht van bevoegdheden en budgetten naar de Gewesten heeft ook talrijke gevolgen voor de ondernemingen. Om u hierin inzicht te verschaffen, publiceren wij elke maand in uw magazine een reeks praktische fiches. Vincent Delannoy Waar gaat het om? Dienstencheques worden voortaan een gewestelijke bevoegdheid. Het komt erop neer dat de Gewesten nu de prijs van de cheque en zijn fiscale aftrekbaarheid bepalen. Elk Gewest gebruikt dit systeem naar eigen goeddunken om, naargelang van de behoeften, op het tewerkstellingsbeleid in te spelen. Arbeidsrechtelijke aspecten blijven echter een federale aangelegenheid. In de praktijk zullen de Gewesten – en dan vooral Brussel – niet anders kunnen dan rekening te houden met de door de buren getroffen maatregelen: de nabijheid en overlapping van hun respectieve arbeidsmarkten vereisen dit. Een paar data Voor 2011 becijfert het institutioneel akkoord de overdracht van de dienstencheques-bevoegdheid (alleen het gedeelte sociale zekerheid) op 1,44 miljard euro en het belastingkrediet voor de dienstencheques op 131 miljoen, zonder rekening te houden met het personeel en de betrokken middelen (werking en gebouwen).In 2012 gaven de gebruikers van dienstencheques meer dan 918 miljoen euro uit. Tegen eind september 2014 werden 10,5 miljoen dienstencheques voor Brussel uitgegeven, wat een stijging van 2,7% ten opzichte van september 2013 betekent. Tijdens dezelfde periode registreerde Vlaanderen een stijging van 2,65% en Wallonië een daling van 0,41%. Aan de hand van de cijfers van het derde trimester stelt men in 2014 ten opzichte van dezelfde periode in 2013 wel een daling van 3,6% vast (26,9 miljoen cheques). Hoe zal Brussel deze nieuwe bevoegdheid gebruiken? Het regeerakkoord voorziet “het behoud van de maatregel in een beheersbaar budgettair raam”. Minister voor Werkgelegenheid Didier Gosuin, voegt hieraan toe: “Wij zijn verplicht binnen de begrotingsenvelop te blijven, de leefbaarheid van de sector te verzekeren en bovendien maatregelen te treffen om te vermijden dat activiteiten die nu officieel gebeuren, opnieuw in zwartwerk terugvallen.” En wat betreft de prijs en de aftrekbaarheid van de dienstencheques: “Ik kan in dit stadium niet verzekeren dat zij doorheen de ganse legislatuur zullen worden behouden.” Voor het ogenblik blijven de prijs van de dienstencheques en de aftrekbaarheid in Vlaanderen en in Brussel ongewijzigd. In Wallonië is de 30% aftrekbaarheid per cheque tot 10% herleid. Wat nu verandert Het Brusselse Gewest krijgt van de federale regering een gesloten begroting (aan de hand van referentiejaar 2012). Aangezien het aantal uitgegeven dienstencheques een groeiende trend vertoont, zal de hiermee gepaard gaande kost door het Gewest moeten worden gedragen, behalve indien de begroting door andere middelen wordt aangevuld. Over het criterium voor de financiering van de aftrekbaarheid schijnt echter nog geen beslissing te zijn gevallen. Wordt het de plaats waar het dienstenchequebedrijf zijn zetel heeft? Of de woonplaats van de gebruiker? In het eerste geval zal de factuur voor het Brusselse Gewest duurder uitvallen, want veel pendelaars richten zich tot dienstenchequebedrijven in Brussel. Op korte termijn moet de Minister een markt openen voor de uitgifte van dienstencheques. Ideaal zou zijn dat hij een gemeenschappelijk lastenboek aan de drie Gewesten voorlegt, maar een aantal aspecten moeten nog worden bepaald: de toegestane activiteiten, de verplichte opleidingen, de erkenning, de opvolging van bedrijven enz. Over de evolutie van de Brusselse markt uit de Minister zich geruststellend: “Er is geen reden tot bezorgdheid.” Het standpunt van BECI • In 10 jaar tijd werd het dankzij de dienstencheques mogelijk tegelijk zwartwerkers te regulariseren, laaggeschoolde mensen aan een baan te krijgen en gezinnen een nuttige dienst aan te bieden. Het systeem moet worden behouden, maar met een gesloten begroting komt de duurzaamheid in het gedrang. • Het systeem uitbreiden tot andere diensten zou in de Brusselse sociaal-economische context zijn voordelen kunnen hebben, voor zover op een voldoende financiering kan worden gerekend. • Hogere prijzen, een lager plafond of een verminderde aftrekbaarheid riskeren opnieuw zwartwerk te bevorderen. Er moet eerder naar nieuwe financieringsbronnen worden gezocht. Door de markt te openen voor andere uitgevers bijvoorbeeld. Of door een aanmoediging tot deelname van ondernemingen door zogenaamde ‘cafetariaplans’. • Het welslagen van het systeem is onder meer te danken aan de diversiteit van de spelers, profit, non-profit en overheid. Ze moeten allemaal gelijk worden behandeld. • BECI pleit resoluut voor een geharmoniseerde aanpak op intergewestelijk niveau. BECI - Brussel metropool - januari 2015 11

14 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication