206

10 Het rendement van een verwarmingstoestel Alle brandstoffen bevatten een « bruto »-energiehoeveelheid, die tijdens de verbranding in warmte wordt omgezet. Een deel van deze energie gaat verloren. Dit gebeurt op drie manieren: • in de warmte van de rook • in de onverbrande materie • wanneer het hout betreft: door verdamping van het water dat op natuurlijke wijze in het hout zit (zelfs bij droog hout) Wat na aftrek van het verlies overblijft, is de “netto“ energie, die in de vorm van warmte naar de woning wordt overgebracht. De verhouding tussen de werkelijk verkregen energie en de theoretisch beschikbare energie wordt “ het rendement “ genoemd. Wanneer men van het rendement van een ouderwetse haard (10%…) overschakelt naar dat van een modern toestel (meer dan 70%), verkrijgt men eenzelfde warmtehoeveelheid met 7 maal minder brandstof. Gastoestellen zijn nog efficiënter dankzij het feit dat er bijna geen sprake is van water en onverbrande stoffen, en wegens de lage temperatuur van de rook. Substantie waarde ten Calorische opzichte van het volume ( kWh/m3 ) Calorische waarde ten opzichte van het gewicht ( kWh/kg ) Beuk Eik Es Berk Iep Esdoorn Wilg Populier Pijnboom Lork Spar Den 2150 2100 2100 1900 1900 1900 1400 1400 1700 1700 1600 1500 4,2 4,2 4,2 4,3 4,1 4,1 4,1 4,2 4,4 4,4 4,4 4,4 Het toestel aanpassen aan het lokaal Noch te veel, noch te weinig: een al te klein toestel zou zonder ophouden blijven draaien, terwijl een te groot toestel al te vaak met een te laag vermogen zou werken, waardoor het rendement zou verminderen. Wat moet men dan kiezen? Bekijk deze grafiek even: Wat is het beste stookhout? Loofhout dat twee jaar op een beschutte plaats is gedroogd, gekloofd, in korte houtblokken Groen hout bevat tot 80% water. Droog hout bevat nog altijd 15% vocht dat niet door drogen kan worden verwijderd. Tijdens de verbranding wordt een deel van de voortgebrachte calorieën gebruikt om het water te doen verdampen. Hoe minder droog het hout dus is, des te meer zal het zijn eigen calorieën verbruiken alvorens het lokaal te verwarmen. Wanneer het gewicht gelijk is, hebben alle houtsoorten bijna hetzelf de calorisch vermogen, zelfs de lichtste. Het verschil zit hem in de dichtheid: zwaar hout bevat meer brandstof in eenzelfde volume en brandt langer omdat het harder is. en de andere brandstoffen ? • Steenkool: perfect indien het toestel hiervoor is aangepast Toestellen die hetzij oorspronkelijk, hetzij als optie, uitgerust zijn met de vereiste accessoires (vastgeklemd en verplaatsbaar rooster) geven uitstekende resultaten met steenkool. Gebruik alleen steenkool van het kaliber dat voor het toestel wordt aanbevolen. • Kunstmatige houtblokken: nog te ontdekken Kunstmatige houtblokken die zonder chemisch bindmiddel vervaardigd zijn op basis van zaagmeel en houtafval zijn uitstekend als aanvulling en worden in bepaalde hoeveelheden (zakken of paletten) verkocht. Hun hogere prijs wordt gerechtvaardigd door een beter calorisch vermogen dan dat van hout en door de 50% lagere vochtinhoud. Hun rendement is uitstekend. Indien u ze gebruikt, valoriseert u ambachtelijk en bosafval op ecologische wijze. • Gas: steeds betere distributie Het distributienetwerk voor aardgas breidt zich steeds verder uit. Aardgas is een van de minst vervuilende brandstoffen en zal in de komende jaren de rol van aardolie overnemen voor een toenemend aantal toepassingen, met name voor verwarming. Vandaag investeren in een aardgastoestel is een goede keuze voor de toekomst. m-design stAndArd AHz 206 www.bouwen-verbouwen.be

207 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication