24

Geluk op het werk DE ONDERNEMING IN DE 21e EEUW ‘Geluk op het werk’ is de jongste hype in human ressources. Wordt hiermee op nog meer productiviteit gemikt of blijft het bij een filosofische utopie die van menselijke ontplooiing droomt? Het maakt niet uit, als beide tegelijk kunnen. De vraag is of geluk er ooit in slaagt het werk binnen te dringen. Is werk compatibel met geluk? En welk type structuur zou zoiets mogelijk maken? Didier Dekeyser O ndanks de overvloedige literatuur zijn we op filosofisch en sociologisch vlak nog niet uitgepraat over de afzonderlijk bestudeerde concepten van geluk en werk. Breng beide concepten samen, zoals in de stoute titel van dit artikel, en we zijn vertrokken. Sommigen beweren dat ze werk en geluk met passie doen samenleven. Anderen trachten beide noodgedwongen te combineren. En nog anderen beschouwen dit als de vergeefse verzoening van water en vuur; erger nog: ze erkennen het concept ‘werk’ niet als een waarde, terwijl werk precies als een vooraanstaand criterium van sociale integratie geldt. Recht op luiheid en recht op werk Werklozen schreeuwen uit dat zij recht hebben op werk in een hyperactieve, door welvaart gedreven samenleving die hen echter in de steek laat terwijl anderen veel te hard werken. Wat werkzoekenden fundamenteel vragen, zijn middelen om zich economisch te integreren in een hyper materialistische samenleving. Ze hunkeren ook naar een sociale status die de media constant voor hun ogen laat fonkelen, zonder te beseffen dat diezelfde media zich zelf laten verblinden door de schandelijke rijkdom van enkelen. Zie hier een belangrijke verschuiving ten opzichte van een vrij recent verleden, toen werk nog voor een absolute waarde doorging. De mensen geloven niet meer in een systeem dat inzet en inspanning valoriseert maar tegelijk succes verheerlijkt dat gemakkelijk en via andere wegen dan het werk werd verkregen. Paradoxaal genoeg gebruiken diegenen die voor hun recht op werk opkomen, de argumenten van de meest beroemde tegenstander van werk: Paul Lafargue, die het recht op luiheid opeiste, voor een gelukkiger leven. De analyse die Lafargue eind van de 19e eeuw hiervan maakte (zie kaderverhaal) blijft in heel wat opzichten relevant. Zeker in het raam van dit artikel dient gezegd dat Lafargue de opkomst beschrijft van een parasitaire klasse tussen de ondernemer en de arbeider. Het gaat hier om een categorie van ‘halfwerkenden’ van wie de nutteloze (en enigszins dwingende) functies taken genereren die hen bezighouden en een aanzienlijke energie verspillen. Onder de guitige onbeschaamdheid van Lafargue wisten moderne, eerder pragmatisch dan dogmatisch ingestelde en waarschijnlijk diep humanistische kapitalisten nochtans een aantal gegronde vaststellingen en argumenten te vinden. De voorstanders van een andere organisatie van het werk, gericht op het geluk van de arbeidskrachten, zullen zich eerst en vooral verzetten tegen al wat afwijkt van de essentiële opzet van een ‘werkelijke’ onderneming (als ‘groepering van personen rond een positief project’), namelijk alle functies die te maken hebben met controle, advies en het beheer van mensen, dus voormannen, opzichters en allerlei andere diensthoofden in de hiërarchische stapel. Kortom, al wie die ten opzichte van de vitale activiteiten van de onderneming, niets anders doet dan continu tussenkomen en tegenwerken. 22 BECI - Brussel metropool - oktober 2015

25 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication