14

Brussel een nieuwe stad? Het begrip ‘nieuwe stad’ verwijst meestal naar een recente stedelijke agglomeratie met pas aangekomen nieuwe inwoners in straklijnige straten die een aantal stedenbouwkundigen met utopische modellen in het achterhoofd hebben ontworpen. Op het eerste gezicht valt onze eeuwenoude stad niet bepaald in deze categorie. Alhoewel … En toch ondergaat Brussel een grondige metamorfose, wijk per wijk, stukje per stukje, met hier een verlengde tramlijn en daar een nieuw handelscentrum. In 2015 werden enkele grootschalige projecten afgewerkt, maar ook talrijke andere werven (woningen, kantoren, openbare voorzieningen, wegennet) kwamen tot stand, misschien minder opvallend qua architectuur of in de media, maar toch even vitaal voor de dynamiek van de stad (zie ons dossier). Deze nieuwigheden hebben Brussel echter niet bevrijd van de traagheid en de frustraties van projecten waarvan al jaren sprake is en waarop we nog steeds zitten te wachten. Denk maar aan de loopbrug die de twee oevers van het kanaal moet verbinden ter hoogte van Tours et Taxis (waar het personeel van Leefmilieu Brussel sinds begin 2015 is gevestigd en waar 2600 Vlaamse ambtenaren worden verwacht), het GEN (de Brusselse ’S-bahn’), de heraanleg van de Naamsestraat enz. En we staan verder nog te wachten op een aantal reglementaire plannen en hulpmiddelen (die de projecten zelf voorafgaan). Zo bijvoorbeeld het masterplan Zuid, dat het nieuwe gezicht van het gelijknamige Brusselse station zou moeten bepalen. Tussen een functionalistische aanpak en een architecturale hoogvlieger (Luik heeft de lat heel hoog gelegd), tussen de tegenstrijdige behoeften aan woningen en aan kantoren en met een dikke laag federale, gewestelijke en gemeentelijke chaos zal deze invalsdeur van onze hoofdstad nog geruime tijd de toeristen verwarren en de Brusselaars en pendelaars doen wanhopen. Al deze projecten zijn zo bijzonder dringend omdat ze rechtstreeks te maken hebben met de achilleshiel van ons Gewest: zijn mobiliteit en dus ook zijn imago. Hoeven we nog het pijnlijke vraagstuk van het verkeersvrije stadscentrum aan te halen, waarvan wij vurig hopen dat de concrete uitvoering serener zal verlopen dan de testfase? Er heerst ook frustratie en woede onder de talrijke spelers die dagelijks botsen tegen een steeds logger en absurd arsenaal aan reglementen en (gewestelijke en gemeentelijke) bestuursorganen die over onvoldoende middelen beschikken om een efficiënte verwerking binnen redelijke termijnen te verzekeren. In de komende jaren gaan we aanzienlijke verschuivingen tegemoet wat de reglementen aangaat en de uitvoering van de projecten. Begin 2016 rolt de Brusselse regering trouwens de mouwen op voor een aantal lijvige dossiers: de herziening van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (de juridische grondslag van de Brusselse stedenbouw) en een hervorming van de structuren voor ruimtelijke ordening, enerzijds strategisch (oprichting van een Brussels Bureauplan), anderzijds operationeel (de Maatschappij voor Verwerving van Vastgoed, de vroegere MVV). Deze nieuwe hulpmiddelen zouden groen licht moeten geven aan de ambitieuze projecten van de regering Vervoort en antwoorden geven op de voornaamste uitdagingen van het Brusselse Gewest: de creatie van woningen in het raam van de demografische groei, het behoud van economische activiteiten die werkgelegenheid scheppen, de vernieuwing van de stad om de maatschappelijke cohesie te verbeteren… De gewestelijke regering wil deze ambities gestalte geven in zogenaamde ‘strategische’ gebieden, waaronder de kanaalzone (nagenoeg 2.509 ha, zowat 15,5% van het gewestelijk grondgebied). Maar de aandacht voor dit nieuwe gebied mag niet gepaard gaan met de verwaarlozing van andere zones met een sterk potentieel, zoals de Noordwijk. Deze wijk resulteert uit een gigantische en zeer omstreden vastgoedoperatie in de jaren 70 en biedt vandaag een geweldig potentieel, weliswaar met een even geweldige uitdaging: een gemengde wijk doen ontstaan in een buurt die oorspronkelijk voor één enkele functie werd bestemd: kantoren. De mogelijkheden om de stad te vernieuwen, een nieuwe gedaante te geven en te laten evolueren zijn dus aanzienlijk. Dit dossier geeft u een overzicht van de lopende projecten en de spelers, privé en overheid, die zich inzetten om Brussel als een ‘nieuwe stad’ te beschouwen, waar nog heel veel kan worden waargemaakt. ● Lise Nakhlé Adviseur stedenbouwkunde & vastgoed bij BECI, lna@beci.be – 02 643 78 72 © Jean-Marie Janssens Photography

15 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication