28

B. WERKLOOSHEID EN AFKOMST De gegevens over de werkloosheidsgraad wijzen eveneens op significante verschillen. In Brussel wijzen de trends op een hogere werkloosheidsgraad bij personen van vreemde afkomst. Personen uit een kandidaat-lidstaat56 en personen afkomstig uit de Maghreblanden zijn met respectievelijk 31,1% en 31% het zwaarste getroffen. Voor die twee groepen moeten ook twee andere feiten benadrukt worden: • De werkloosheidsgraad ligt bij vrouwen aanzienlijk hoger dan bij mannen. • Voor de hoogste leeftijdscategorieën ligt de werkloosheidsgraad hoger dan voor de andere groepen. De gegevens tonen eveneens aan dat wie verschillende discriminerende kenmerken vertoont, zoals vrouw en van vreemde afkomst of oudere leeftijd en van vreemde afkomst, dubbel of zelfs driedubbel gediscrimineerd wordt. Personen die verschillende discriminerende kenmerken tegelijk vertonen, krijgen dus te maken met twee of zelfs drie keer zo dikke muren, zowel horizontaal (toegang tot arbeid) als verticaal (toegang tot hiërarchisch hogere functies). Vanuit verticaal standpunt vormt het glazen plafond op zich al een groot probleem voor vrouwen of personen van vreemde afkomst, maar naargelang de combinatie van kenmerken wordt dit nog twee tot drie keer dikker. Grafiek 11: Werkloosheidsgraad van 18- tot 60-jarigen per leeftijdsklasse en volgens origine57 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% Belg n 18,19 n 20-29 n 30-54 n 55-60 8,2% 7,7% 5,2% 7,8% UE-14 13,7% 15,6% 11,8% 14,9% UE-12 8,5% 7,5% 7,6% 14,5% Kandidaat UE 16,8% 24,2% 23,5% 37,5% Andere Europeanen 14,6% 18,6% 15,5% 19,3% Maghrebijnen 18,0% 28,3% 24,7% 32,0% Andere Afrikanen 11,1% 19,0% 17,7% 22,9% Zuid/Centraal Amerikanen 15,4% 14,0% 13,0% 21,7% Aziaten 7,7% 10,1% 10,8% 13,8% Bron: Datawarehouse Arbeidsmarkt en sociale bescherming. K.S.Z. Berekeningen. FOD WASO. C. LOON EN AFKOMST Onderzoekers wijzen vaak op loonverschillen. De volgende gegevens tonen aan dat personen van vreemde afkomst vooral terug te vinden zijn in de lagere looncategorieën (behalve personen afkomstig uit Noord-Amerika en Oceanië). Die tweedeling is bijzonder groot bij de personen die afkomstig zijn uit een kandidaat-lidstaat met + 26,4% vertegenwoordiging in de lagere looncategorieën ten opzichte van het gemiddelde en – 20,9% vertegenwoordiging in de hogere looncategorieën.59 Deze significante verschillen zijn enerzijds te wijten aan de sectoren, de leeftijd en de anciënniteit en anderzijds aan het glazen plafond dat personen van vreemde afkomst − net als vrouwen − tegenhoudt in hun professionele ontwikkeling. Die overeenkomsten dienden destijds om de migratie naar België te stimuleren en werkkrachten naar België te halen. We willen overigens benadrukken dat voor alle leeftijdscategorieën de personen uit de twee groepen met de hoogste werkloosheidsgraad, namelijk de groep ‘kandidaatlidstaten’58 en de groep ‘personen uit de Maghreb’, afkomstig zijn uit landen waarmee België vijftig jaar geleden bilaterale overeenkomsten gesloten heeft (Marokko en Turkije). 56. Kandidaat-lidstaten: Macedonië, Turkije, Kroatië • 57. Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg & Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. 2013. Socio-economische monitoring. Brussel. p. 179 • 58. Kandidaat-lidstaten: Macedonië, Turkije, Kroatië • 59. Ibidem. p. 138 26

29 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication